Gematigde vooruitzichten voor 2026
De Europese bouwsector zal naar verwachting groeien in 2026, na een gematigd jaar 2025, waarin verschillende belangrijke markten – zoals Frankrijk en Duitsland – een vertraging kenden. Spanje bleef daarentegen relatief veerkrachtig en profiteert ook van een bijzonder gunstige projectpijplijn. Het Verenigd Koninkrijk bevindt zich ergens tussenin: de zwakke particuliere sector wordt gecompenseerd door stijgende investeringen in infrastructuur, wat bijdraagt aan positievere vooruitzichten voor 2026.
In Noord-Amerika vertraagt de bouwactiviteit. De woningbouwsector in Canada stagneert, terwijl de civieltechnische sector in Mexico verzwakt als gevolg van verminderde ‘friend-shoring’ en begrotingsconsolidatie. De vooruitzichten voor de VS zijn onzeker, met een zwakke woningmarkt als gevolg van hoge hypotheekrentes, een vertragende civieltechnische sector en een relatieve daling van de commerciële niet-residentiële activiteit. Deze uitdagingen worden nog verergerd door een toenemend tekort aan geschoolde arbeidskrachten en hoge inputkosten, deels als gevolg van importdruk.
Azië-Pacific laat een gemengd beeld zien. China blijft de regionale activiteit drukken, met zwakke verkopen, krappe marges en aanhoudende zorgen over de schuldenlast. Voor Australië wordt in 2026 een geleidelijke verbetering verwacht, terwijl India een solide groei zou moeten handhaven, zij het in een langzamer tempo dan in voorgaande jaren.
Binnen de Golfregio blijft de bouw robuust in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). De groei zal naar verwachting tot in 2026 aanhouden, hoewel lagere olieprijzen, projectvertragingen en stijgende kosten de ambities van de respectieve regeringen wellicht zullen temperen.
De vooruitzichten voor de woningbouw zijn divers
Na in de eerste acht maanden van 2025 opnieuw met bijna 1% op jaarbasis te zijn gedaald – voornamelijk als gevolg van een daling van bijna 6% in Duitsland en Frankrijk – zal de Europese woningbouwsector zich naar verwachting in 2026 herstellen, ondersteund door de renteverlagingen van de afgelopen jaren door de Europese Centrale Bank en andere centrale banken, hoewel de langetermijnrente hoog is gebleven, wat het effect beperkt in landen met lange vaste hypotheekrentes zoals Frankrijk. Na twee moeilijke jaren bereiken de woningprijzen in de meeste landen hun dieptepunt en neemt het aantal bouwvergunningen eindelijk toe, wat duidt op een gezondere pijplijn – zelfs in Frankrijk en Duitsland, hoewel dat laatste land vanaf een zeer laag niveau begint. Desalniettemin blijven de marges krap, zijn de kosten voor schuldaflossing hoog en blijft het aantal faillissementen groot.
In de VS blijven de langlopende vaste hypotheekrentes hoog: de 30-jarige vaste rente van Freddie Mac ligt nog steeds rond de 6,4% en heeft de vraag onderdrukt. De voor inflatie gecorrigeerde bouwuitgaven daalden in de eerste zeven maanden van 2025 met bijna 5% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Deze rentes liggen hoger dan die van bestaande hypotheken, wat bijdraagt aan de stagnatie op de markt, aangezien nieuwe kopers de markt niet kunnen betreden en verkopers hun hypotheken met lage rente niet willen opgeven. Nu de economische groei afvlakt en het aantal bouwvergunningen in de loop van 2025 daalt, zal de woningmarkt naar verwachting ook in 2026 zwak blijven.
In een groot deel van Azië-Pacific blijft de woningmarkt zwak. China kampt met een overaanbod, terwijl de ongunstige demografische ontwikkeling in Japan en Zuid-Korea de groei remt. De verstedelijking blijft echter de activiteit in India en een groot deel van Zuidoost-Azië ondersteunen. Australië maakt een herstel door, aangedreven door lagere rentetarieven en een stijgend aantal goedkeuringen.
Infrastructuur nog steeds stabiel
De civiele techniek is het meest stabiele segment in Europa geweest – met een groei van 1,5% op jaarbasis in de eerste acht maanden van 2025 – en zal naar verwachting in 2026 blijven groeien. Door de overheid geleide initiatieven – zoals de Duitse infrastructuurambities – en EU-financiering zullen de activiteit stimuleren. De laatste tranches van de Europese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (RRF), die in beide gevallen in totaal ongeveer 35 miljard euro bedragen, zullen worden toegewezen aan Spanje en Italië. Begrotingsconsolidatie en aanstaande verkiezingen kunnen de investeringen in sommige landen echter beperken, zoals de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 in Frankrijk. Het tekort aan arbeidskrachten blijft een belangrijke beperkende factor, waardoor de kosten stijgen, hoewel de marges grotendeels behouden zijn gebleven en het aantal faillissementen relatief beperkt is gebleven.
In de VS heeft de civiele techniek zijn momentum behouden – hoewel de activiteit in de eerste zeven maanden van 2025 ongewijzigd bleef na een sterke groei in de voorgaande twee jaar – en zal naar verwachting in 2026 gestaag blijven groeien, waarbij de orderportefeuille ongeveer driekwart van de huidige activiteit ondersteunt. Het tekort aan arbeidskrachten is acuut, wat leidt tot stijgende lonen en hogere kosten, die nog worden verergerd door invoerheffingen. Desondanks zijn bedrijven er tot nu toe in geslaagd hun marges op peil te houden.
In de ontwikkelingslanden van Azië blijft de behoefte aan betere infrastructuur groot, wat de sterke vooruitzichten in India en China ondersteunt, waar de overheidsinvesteringen doorgaan. Ook in de ontwikkelde landen, met name Japan en Australië, zullen de overheidsuitgaven de activiteit naar verwachting ondersteunen, met de nadruk op digitale infrastructuur, energie en rampenbestendigheid.
Gesteund door ambitieuze plannen blijven de regeringen van Saoedi-Arabië (Vision 2030) en de VAE (Abu Dhabi Economic Vision 2030 en Dubai Industrial Strategy 2030) sterke groei stimuleren, aangezien zij ernaar streven de economie te diversifiëren en minder afhankelijk te maken van de productie van koolwaterstoffen.
Langzaam herstel verwacht in de commerciële sector
De Europese niet-residentiële sector stagneerde in 2025 – het aantal bouwvergunningen daalde in de 12 maanden tot juni met ongeveer 2% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, exclusief kantoren, en het aantal kantoorgebouwen daalde in de EU met 15% – maar er wordt in 2026 een bescheiden verbetering verwacht, aangezien bedrijven van plan zijn hun kapitaaluitgaven te verhogen nadat ze deze vanwege onzekerheid en hoge rentetarieven hadden teruggeschroefd. Hoewel de markt voor kantoorruimte het nog steeds moeilijk heeft, zijn de prijzen van commercieel vastgoed in het algemeen gestabiliseerd, aangezien andere vormen van commercieel vastgoed, zoals logistiek en opslag, het nog steeds goed doen.
In de VS wordt de commerciële activiteit aangedreven door opeenvolgende investeringsgolven – eerst in de ICT-productie (grotendeels dankzij de CHIPS Act), gevolgd door een hausse in datacenters. Verwacht wordt dat deze laatste sector in 2026 zal blijven groeien, waarbij de orderportefeuille de activiteit het hele jaar door zal ondersteunen. Zonder de ICT-productie en datacenters daalde de commerciële bouw in de eerste zeven maanden van 2025 met 7% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Bovendien is de prijsstijging van commercieel vastgoed afgenomen, en de vooruitzichten voor de andere sectoren wijzen op een mogelijke vertraging.
De vooruitzichten in de regio Azië-Pacific zijn meer uiteenlopend. De niet-residentiële bouw in China blijft gematigd, met een lage bezettingsgraad en beperkte investeringen. Zuid-Korea kent vergelijkbare trends. Japan en Australië laten daarentegen gunstigere vooruitzichten zien, met nog steeds gunstige prijzen voor commercieel vastgoed en positieve investeringsintenties. Ondanks onzekerheden over invoerheffingen zouden de vooruitzichten voor kapitaalinvesteringen in India de commerciële bouw moeten blijven ondersteunen, en het land blijft een aantrekkelijk alternatief voor China.
Trage groei maar stabiele vooruitzichten voor bouwmaterialen
De vraag naar cement en beton zal in 2026 in Europa en Noord-Amerika naar verwachting licht stijgen, zowel in volume als in prijs. In ontwikkelingsregio’s zoals Afrika en Azië zal de volumegroei waarschijnlijk sneller gaan dan de prijsstijgingen. Ook het Midden-Oosten – met name Saoedi-Arabië en de VAE – valt op met sterke groeivooruitzichten.
Bedrijven in de bouwmaterialensector hebben hun prijszettingsvermogen grotendeels behouden, met name in de zwaardere segmenten. Daardoor is de omzet beter gestegen dan de volumegroei (die af en toe daalde) en zijn de winstmarges over het algemeen stabiel gebleven.
De bouwsector – en met name de bouwmaterialenindustrie – levert een belangrijke bijdrage aan de wereldwijde CO₂-uitstoot. De productie van materialen zoals cement, staal en glas is energie-intensief en veroorzaakt aanzienlijke broeikasgasemissies. Als reactie hierop investeert de sector fors in initiatieven voor decarbonisatie. De daarmee gepaard gaande kapitaaluitgaven vormen echter een aanzienlijke financiële uitdaging, met name voor kleinere bedrijven met verouderde fabrieken en apparatuur.