De economische groei blijft gematigd in 2025
De Zwitserse economie groeide in 2024 gematigd, ondanks de zwakke prestaties van de eurozone en de toenemende mondiale politieke onzekerheid. De relatief sterke particuliere consumptie en de licentie-inkomsten uit de wedstrijden van het UEFA EURO 2024 en de Olympische Spelen in Parijs hadden een merkbare impact in Zwitserland. De economie zou robuust moeten blijven. De particuliere consumptie zou een stabiele groei moeten laten zien en een belangrijke pijler van de totale groei blijven. Bovendien zal de inflatie, hoewel deze in de loop van het jaar waarschijnlijk enigszins zal schommelen, naar verwachting nooit 1% bereiken en aanzienlijk lager liggen dan in de afgelopen drie jaar. Zowel de energie- als de voedselprijzen daalden in de tweede helft van 2024, wat zorgt voor een laag uitgangspunt in 2025. Daarnaast werd de door de Zwitserse regering vastgestelde referentierente voor hypotheken („hypothekarischer Referenzzinssatz“), die bedoeld is om de markt te reguleren en banken te sturen, begin maart 2025 verlaagd van 1,75% naar 1,5%, d.w.z. het laagste niveau sinds december 2023. Het is voor het eerst sinds maart 2020 dat de regering de rente heeft verlaagd, wat gevolgen zou kunnen hebben voor alle nieuwe huurprijzen (60% van de huishoudens is huurder), die zouden moeten profiteren van een lagere huurprijs. Ten tweede zal de consumptie ook worden beïnvloed door verder stijgende kosten voor de verplichte ziektekostenverzekering. De gemiddelde premie zal in 2025 met 6% stijgen. Dit is echter minder dan de stijging in 2024, die gemiddeld 8,7% bedroeg. Ondertussen zullen de nominale lonen in 2025 naar verwachting met 1,4% verder stijgen. Hoewel het loonstijgingspercentage lager zal zijn dan in de afgelopen twee jaar (respectievelijk 1,7% en 1,6%), zal ook de inflatie lager uitvallen, wat resulteert in een merkbaar hogere reële loongroei dan in de voorgaande jaren (1,0% in plaats van 0,5% in 2024), waardoor de koopkracht zal toenemen.
De lagere inflatiedruk had de Zwitserse Nationale Bank (SNB) er in 2024 al toe aangezet haar beleidsrente vier keer te verlagen, van 1,75% tot 0,5%. In maart 2025 volgde nog een renteverlaging van 25 basispunten, waardoor de rente daalde tot 0,25%, wat als het neutrale niveau wordt beschouwd. Aangezien we niet verwachten dat het monetaire beleid expansief zal worden, verwachten we dit jaar geen verdere renteverlagingen. Hoewel de lagere rente de kredietgedreven financiering van bedrijfsinvesteringen zou moeten ondersteunen, zouden de grote mondiale geopolitieke onzekerheid en met name het potentiële handelsconflict met de VS bedrijven ertoe kunnen brengen een afwachtende houding aan te nemen. Niettemin zouden er positieve effecten moeten komen vanuit de bouwsector. Terwijl de utiliteitsbouw eveneens in de wachtstand blijft staan, zal de woningbouw zich vanaf een laag niveau langzaam herstellen. De voorlopende indicatoren en het hogere aantal bouwvergunningen wijzen in deze richting. Daarnaast blijft de civiele bouw – voornamelijk in het openbaar vervoer, de infrastructuur en de gezondheidszorg – een belangrijke motor voor de bouwsector. Voorbeelden van projecten zijn onder meer de uitbreiding van de Gotthardtunnel met een tweede buis (totale projectkosten: 2,1 miljard CHF), de capaciteitsuitbreiding van de treinstations in Genève en Lausanne, en de uitbreiding van de zonne-energieprojecten in de Alpen (Solar Express). Er zijn ook plannen om de Universiteitskliniek van Zürich en andere gebouwen op het universiteitsterrein uit te breiden.
De vooruitzichten voor de Zwitserse grootschalige buitenlandse handel zijn bijzonder moeilijk te voorspellen vanwege het onzekere Amerikaanse handelsbeleid. Zwitserland had in 2023 een handelsoverschot van CHF 34,25 miljard met de VS, het hoogste handelsoverschot met welke handelspartner dan ook (4,3% van het bbp). De export van farmaceutische producten speelt een belangrijke rol en zou zwaar worden getroffen door invoerheffingen. Zolang het Amerikaanse handelsconflict niet aanzienlijk escaleert, zal de buitenlandse handel zich waarschijnlijk gematigd ontwikkelen met een sterke export van farmaceutische producten, terwijl de wereldwijde vraag naar machines, elektronica en horloges waarschijnlijk zal blijven dalen. Een sterkere vraag naar financiële diensten en robuuste inkomsten uit het toerisme zouden dit gedeeltelijk moeten compenseren. Een belangrijke negatieve factor die de reële groei van de Zwitserse economie beïnvloedt, is het ontbreken van grote internationale sportevenementen in 2025. Grote organisatoren van sportevenementen (zoals de FIFA, de UEFA en het IOC) ondersteunen de economie via hun licentie-inkomsten. Aangezien grote (heren)voetbalevenementen en de Olympische Spelen slechts om de twee jaar plaatsvinden, zal dit in 2025 een rem zetten op de economie.
Gezonde overheidsfinanciën, maar er zijn meer sociale uitgaven in het verschiet
De overheidsfinanciën vertonen nog steeds een klein overschot voor de totale overheidsrekeningen dankzij betere resultaten van de kantons en het socialezekerheidsstelsel, die het toegenomen federale tekort ruimschoots compenseren. Vanaf 2026 zal het basispensioen een 13e maanduitkering omvatten. Het blijft echter onduidelijk hoe dit gefinancierd moet worden (hetzij door hogere inkomsten, hetzij door een begrotingstekort). De extra kosten bedragen 4,1 miljard CHF in 2026 (0,5% van het bbp in 2024). De overheidsschuld blijft in ieder geval zeer laag en geeft geen aanleiding tot bezorgdheid.
Het land boekt consequent een overschot op de lopende rekening dankzij het aanzienlijke overschot op de goederenbalans, dat in 2024 14% van het bbp bedroeg. Hoewel de financiële en verzekeringssector, samen met sportlicenties, een belangrijke rol spelen in de externe rekeningen, vertonen de dienstenbalans en de primaire inkomstenbalans (bijv. inkomsten uit buitenlandse investeringen en grensarbeiders) structureel een klein tekort. Daarnaast is er het structurele tekort op de secundaire inkomensbalans (overdrachtsbalans), dat het gevolg is van buitenlandse werknemers die in Zwitserland werken en een deel van hun inkomen naar huis sturen (403.000 werknemers in 2024, goed voor 7,6% van het totale aantal werknemers). In 2025 zullen een eventuele verbetering van het overschot op de goederenhandel en hogere inkomsten uit financiële diensten naar verwachting teniet worden gedaan door het uitblijven van belangrijke sportevenementen. Hierdoor zou de lopende rekening grotendeels ongewijzigd moeten blijven.
Dankzij de terugkerende overschotten op de lopende rekening beschikt Zwitserland over ruime activa in het buitenland, waardoor het land een aanzienlijke positieve netto buitenlandse investeringspositie heeft (111% van het bbp eind september 2024), waarvan de omvang varieert naargelang de beurskoersen en de USD/CHF-wisselkoers.
Stabiele binnenlandse politieke situatie, maar de nieuwe handelsovereenkomst met de EU zou de zaken kunnen bemoeilijken
Het Zwitserse politieke systeem is uiterst stabiel dankzij de traditie van politieke consensus in het land. De belangrijkste beslissingen worden genomen via referenda. De Bondsraad, oftewel de regering, bestaat uit zeven ministers. De voorzitter wordt uit deze groep gekozen voor een termijn van één jaar en deze functie wordt afwisselend bekleed. Sinds 1959 wordt de samenstelling van de Bondsraad bepaald volgens de zogenaamde „magische formule“, waarbij de drie grootste partijen bij de algemene verkiezingen elk twee zetels krijgen en de vierde partij één zetel. Om in de Bondsraad te komen, moet een „nieuwe“ partij bij twee opeenvolgende verkiezingen bij de top vier eindigen, wat zelden voorkomt. Dienovereenkomstig is de partijensamenstelling van de Raad sinds de laatste parlementsverkiezingen in oktober 2023 niet veranderd. De rechts-nationaal-conservatieve SVP, de sociaaldemocratische SP en de liberale FDP hebben elk twee zetels, terwijl de christendemocratische Centrumpartij één zetel heeft. De volgende parlementsverkiezingen staan gepland voor 2027.
De betrekkingen tussen Zwitserland en de Europese Unie zijn verbeterd. Het grootste probleem ligt in de handelsovereenkomsten, die ook onderdelen van de migratie- en werknemersbeschermingsregels omvatten. Momenteel zijn de Bilaterale Overeenkomsten I en II uit 2002 en 2005, en in totaal 120 afzonderlijke overeenkomsten van kracht. In 2008 begonnen de onderhandelingen over een allesomvattende handelsovereenkomst die de bestaande afzonderlijke overeenkomsten zou samenvatten en actualiseren. Na jaren van onderhandelingen besloot de Zwitserse regering in 2021 echter de definitieve overeenkomst niet te ondertekenen, omdat duidelijk was dat deze bij een referendum zou zijn verworpen. De rol van het Europees Hof van Justitie als geschillenbeslechtingsmechanisme dat de soevereiniteit van Zwitserland zou kunnen beperken, werd afgewezen. Het behoud van het hoge niveau van loon- en werknemersbescherming in Zwitserland was een belangrijk twistpunt dat voortkwam uit de vrees voor ongebreidelde migratie vanuit de EU, evenals de mogelijke aanspraak van EU-burgers op Zwitserse sociale bijstand. De betrekkingen koelden af, maar de onderhandelingen werden in maart 2023 hervat en in december 2024 afgerond met een nieuwe overeenkomst. De nieuwe overeenkomst bevat nu een vrijwaringsclausule inzake migratie. Het vrije verkeer van personen tussen de EU en Zwitserland kan worden beperkt indien dit ernstige economische en sociale problemen veroorzaakt. Als de EU niet instemt met de beperking, zal een neutraal arbitragetribunaal een uitspraak doen. Ook de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) zal worden beperkt om de soevereiniteit van Zwitserland te waarborgen. Indien EU-recht in strijd is met Zwitsers recht, zal eveneens een arbitragetribunaal een uitspraak doen. Dit tribunaal hoeft zich niet tot het HvJ-EU te wenden voor de uitleg van het EU-recht.
De nieuwe overeenkomst moet nog worden geratificeerd. Een referendum in Zwitserland staat gepland voor eind 2025 of begin 2026. Het is nog onzeker of de overeenkomst zal worden goedgekeurd, aangezien met name de SVP, die bij de laatste verkiezingen de grootste partij was, zich verzet tegen nauwere banden met de EU. De Bondsraad heeft daarom besloten het totale pakket op te splitsen en vier deelovereenkomsten op te stellen (vrij verkeer van personen en landvervoer, elektriciteitsmarkt, voedselveiligheid en gezondheid). Over deze deelovereenkomsten kan vervolgens afzonderlijk worden gestemd in referenda. Het is echter onduidelijk hoe de EU zal reageren als slechts delen van de overeenkomst worden goedgekeurd.

Europa
Verenigde Staten
China
India
Verenigd Koninkrijk
Verenigde Arabische Emiraten
Canada