De Tsjechische economie herstelt zich ondanks een uitdagende externe omgeving
Na een aantal jaren waarin de Tsjechische economie achterbleef bij die van haar regionale tegenhangers, is zij nu in een groeifase terechtgekomen. Het herstel zet door ondanks de aanhoudende stagnatie in Duitsland (een belangrijke handelspartner) en de begrotingsconsolidatie. De belangrijkste motor achter deze versnelling is het herstel van de particuliere consumptie. Huishoudens hebben hun spaarquote verlaagd – hoewel deze nog steeds boven het niveau van vóór de pandemie ligt – en profiteren tegelijkertijd van stijgende reële lonen. Bovendien heeft de vroege start van de monetaire versoepelingscyclus de bestedingscapaciteit van de consumenten aanzienlijk versterkt. Ook de bruto-investeringen in vaste activa herstellen zich geleidelijk, waarbij de meest recente kwartalen een positieve bijdrage aan de bbp-groei hebben geleverd. Dit herstel wordt voornamelijk geschraagd door een sterke stijging van de bouwproductie, met name in de civiele techniek. Hoewel Tsjechië in het kader van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (RRF) een van de laagste bedragen in de CEE-regio heeft toegewezen gekregen, goed voor ongeveer 9 % van het bbp, is het land zeer efficiënt geweest in het benutten van deze middelen, wat het recente herstel van de investeringen heeft ondersteund. Gezien het grote aandeel van de export in de Tsjechische economie blijven de aanhoudende stagnatie in Duitsland en de escalerende wereldwijde handelsspanningen de groei drukken en de industriële sector onder druk zetten.
Vooruitkijkend naar 2026 zal de economische groei naar verwachting verder versnellen, ondersteund door robuuste particuliere consumptie en een groeiende bijdrage van investeringen. Huishoudens handhaven een relatief hoge spaarquote, wat wijst op extra ruimte voor hogere bestedingen. Een andere gunstige factor kan van de investeringszijde komen. Hoewel Tsjechië erin is geslaagd EU-middelen effectief te benutten (tot nu toe is ongeveer 11 miljard euro van de in totaal 30 miljard euro die is toegewezen uit het cohesiebeleid en het RRF uitbetaald), moet een aanzienlijk deel nog worden besteed vóór de deadline van eind 2026. In combinatie met geplande verhogingen van de overheidsuitgaven zou dit investeringen het komende jaar tot een belangrijke groeimotor moeten maken. Een zorgwekkende ontwikkeling is echter de recente stijging van de werkloosheid, die grotendeels kan worden toegeschreven aan de zwakte in de verwerkende industrie. Tenzij deze trend zich stabiliseert, dreigt dit het consumentenvertrouwen te ondermijnen.
Na afronding van haar cyclus van monetaire versoepeling heeft de Tsjechische Nationale Bank (CNB) afgezien van verdere renteverlagingen en handhaaft zij haar belangrijkste tweeweekse repo-rente op 3,50%. Jan Frait, vicegouverneur van de CNB, heeft verklaard dat de huidige beleidshouding nu over het algemeen neutraal is ten opzichte van de economische activiteit. De totale CPI-inflatie is stabiel gebleven, dicht bij de doelstelling van 2% van de CNB. De onlangs aangekondigde verlagingen van de gereguleerde energieprijzen en de gasprijzen voor particulieren, in combinatie met de aanhoudende appreciatie van de Tsjechische kroon, zullen de inflatie in 2026 naar verwachting echter onder de 2% brengen. Deze desinflatoire impuls zou ruimte kunnen creëren voor een hernieuwde versoepeling van het beleid. Een belangrijk opwaarts risico voor de inflatievooruitzichten blijft de mate van begrotingsuitbreiding. Verschillende leden van het Monetair Beleidscomité hebben expliciet gewezen op de mogelijkheid dat een soepeler begrotingsbeleid de kerninflatie op een hoger niveau zou kunnen houden en daardoor toekomstige renteverlagingen zou kunnen bemoeilijken of vertragen. De CNB zal daarom in de komende periode waarschijnlijk een op de gegevens gebaseerde en voorzichtige aanpak handhaven.
Afstappen van eerdere begrotingsconsolidatie
Tsjechië heeft sinds 2023 een begrotingsconsolidatie doorgevoerd, waardoor het overheidstekort naar schatting is gedaald van 3,7% in 2023 tot onder de 2% in 2025. De consolidatie vond plaats ondanks een stijging van de militaire uitgaven. In het komende jaar zal de begroting een samenspel zijn tussen de ambities van de nieuwe regering en institutionele factoren. Het huidige regeerakkoord voorziet in een verlaging van de vennootschapsbelasting tot 19% (waarmee de verhoging naar 21% in 2024 ongedaan wordt gemaakt), de invoering van hypotheeksubsidies en het herstel van bepaalde belastingvoordelen. Tegelijkertijd streeft het akkoord ernaar het tekort onder de 3% te houden. Daardoor zal het begrotingsbeleid omslaan van restrictief naar licht expansief. Een andere factor aan de inkomstenzijde is de geleidelijke afschaffing van de windfall-belasting op energiebedrijven. In theorie zouden de nationale regels het tekort in 2026 tot onder de 1,75% moeten terugbrengen, maar gezien de politieke ambities van de regering zullen deze regels hoogstwaarschijnlijk worden versoepeld.
De aanhoudende stagnatie van de Duitse economie blijft wegen op de Tsjechische export, gezien de sterke integratie van het land in Duitse toeleveringsketens. Niettemin zijn Tsjechische exporteurs erin geslaagd een deel van hun activiteiten te diversifiëren naar alternatieve markten, met name het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Polen. Begin 2025 kreeg de export een aanzienlijke impuls als gevolg van het aanleggen van voorraden door Amerikaanse bedrijven in afwachting van aanstaande invoerheffingen. Na de eerste drie kwartalen van 2025 is het saldo op de lopende rekening genormaliseerd en vertoont het slechts een minimale groei ten opzichte van het voorgaande jaar. Vooruitkijkend zal het aanhoudende herstel – ondersteund door toenemende investeringsactiviteit en een gematigde begrotingsuitbreiding – naar verwachting de importgroei in het komende jaar stimuleren, wat waarschijnlijk een deel van het overschot op de lopende rekening zal doen slinken. Bovendien zal de defensie-industrie, tegen de achtergrond van de voortdurende remilitariseringsinspanningen van de Europese Unie, een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het vormgeven van het exportprofiel van Tsjechië.
De door Babiš geleide ANO keert terug aan de macht, wat een koerswijziging in het beleid aangeeft
Zoals verwacht leverden de parlementsverkiezingen van oktober 2025 in Tsjechië een overweldigende overwinning op voor de rechtse en eurosceptische ANO-beweging, die onder leiding van voormalig premier Andrej Babiš 34,5% van de stemmen behaalde, waarmee een einde kwam aan de ambtstermijn van de centrumrechtse, pro-Europese Spolu-coalitie onder leiding van de aftredende premier Petr Fiala. De campagne van ANO was gericht op het afwijzen van verdere begrotingsconsolidatiemaatregelen en het innemen van een assertiever standpunt ten aanzien van de Europese Unie en het Oekraïnebeleid. Omdat ANO geen absolute meerderheid behaalde, vormde de partij een regeringscoalitie met de extreemrechtse, eurosceptische partij Vrijheid en Directe Democratie (SPD) en de populistische Automobilistenpartij, waardoor de nieuwe regering een meerderheid van 108 van de 200 zetels in de Tweede Kamer heeft.
De nieuw gevormde coalitie heeft overeenstemming bereikt over brede beleidsrichtlijnen die gericht zijn op het hervormen van het economische, sociale en ecologische landschap van het land. Centraal op hun agenda staat fel verzet tegen bepaalde initiatieven van de Europese Unie, waaronder de Green Deal, het voorgestelde verbod op verbrandingsmotoren en het migratiepact, wat wijst op een bredere eurosceptische trend. Op economisch vlak belooft de coalitie de lopende bezuinigingsmaatregelen te beëindigen, af te zien van de invoering van de euro en recente belastingverhogingen terug te draaien om de druk op bedrijven en huishoudens te verlichten. Wat sociale hervormingen betreft, zijn zij van plan de pensioengerechtigde leeftijd te maximeren op 65 jaar, waarmee zij de hervormingen van de vorige regering terugdraaien die een geleidelijke verhoging in de komende decennia mogelijk zouden hebben gemaakt. Om de betaalbaarheid van energie te waarborgen – een belangrijk onderdeel van de campagne – zal de regering streven naar verlagingen van de distributie- en transmissiekosten en subsidies voor hernieuwbare energiebronnen invoeren.
De vorming van een nieuwe coalitieregering zal waarschijnlijk ook leiden tot opmerkelijke verschuivingen in het buitenlands beleid en de internationale betrekkingen van Tsjechië. Andrej Babiš is al lange tijd een groot voorstander van de Visegrád-groep – het regionale samenwerkingsverband bestaande uit Tsjechië, Polen, Hongarije en Slowakije. Nu Babiš aan de macht terugkeert, samen met Viktor Orbán in Hongarije en Robert Fico in Slowakije, zullen de drie landen hun standpunten wellicht steeds meer op elkaar afstemmen, gekenmerkt door scepsis ten aanzien van verdere centralisatie van de EU-bevoegdheden en een restrictievere aanpak van kwesties zoals migratiebeleid en militaire/financiële steun aan Oekraïne. Niettemin heeft Babiš tijdens zijn vorige ambtstermijn als premier (2017–2021) blijk gegeven van aanzienlijk pragmatisme, wat erop wijst dat hij populistische retoriek kan temperen met praktische overwegingen.

Duitsland
Polen
Slowakije
Frankrijk
Verenigd Koninkrijk
China
Nederland