Twee groeimotoren in 2026 voor de olie- en niet-oliesectoren
In 2026 zullen de economische vooruitzichten voor Saoedi-Arabië naar verwachting licht verbeteren, zij het in een iets trager tempo dan eerder verwacht vanwege de toegenomen regionale geopolitieke spanningen als gevolg van de oorlog waarbij Iran betrokken is. De economische groei zal naar verwachting worden aangedreven door een combinatie van een herstellende productie van koolwaterstoffen, niet-oliegerelateerde activiteiten (55% van het bbp), aanhoudende overheidsinvesteringen en voortdurende vooruitgang in het kader van Vision 2030. Wat de oliesector betreft, zouden de geleidelijke versoepeling van de OPEC+-beperkingen en de aanzienlijke reservecapaciteit van Saoedi-Arabië een hogere productie moeten ondersteunen. De autoriteiten streven ernaar hun marktaandeel te behouden en tegelijkertijd aan de stijgende binnenlandse vraag te voldoen. Tegelijkertijd versterken de voortdurende upstream-investeringen van Aramco de productiecapaciteit, onder meer voor aardgas. Als gevolg hiervan zal de Saoedische olieproductie, na een stijging van 5,5% in 2025, naar verwachting met ongeveer 6% groeien in 2026. Ondertussen zullen niet-oliesectoren, met name de bouw, het toerisme, de logistiek en de entertainmentindustrie, waarschijnlijk belangrijke groeimotoren blijven, dankzij grote infrastructuurprojecten en door de overheid aangestuurde investeringen. De toegenomen onzekerheid en veiligheidsproblemen in de regio kunnen echter enigszins wegen op het beleggerssentiment en de handelsstromen.
De inflatie zal naar verwachting relatief beperkt blijven, hoewel iets hoger dan eerder geraamd vanwege toenemende regionale spanningen en verstoringen van belangrijke handelsroutes. De energie- en nutsprijzen worden ondersteund door subsidieregelingen, terwijl de woonlasten worden getemperd door grootschalige programma’s voor sociale woningbouw, maatregelen aan de aanbodzijde en andere initiatieven, zoals een huurstop in Riyad. De sterke binnenlandse vraag, in combinatie met hogere logistieke en importkosten die deels verband houden met de toegenomen onveiligheid in regionale scheepvaartcorridors, kan in de loop van het jaar echter opwaartse druk op de prijzen veroorzaken. Het monetaire beleid zal zich blijven richten op de maatregelen van de Amerikaanse Fed, in overeenstemming met de koppeling van de wisselkoers aan de Amerikaanse dollar. Als hogere olieprijzen, aangedreven door de regionale conflicten, de monetaire versoepeling door de Amerikaanse Federal Reserve vertragen, zou de centrale bank van Saoedi-Arabië vanwege het koppelingsstelsel beperkte ruimte hebben om haar beleidsrente te verlagen. Dit zou de financieringskosten voor bedrijven hoog kunnen houden, wat mogelijk een rem zet op investeringen en de winstmarges van bedrijven verkleint.
Begrotingspositie staat onder matige druk, tekort op de lopende rekening neemt toe
De begrotingssituatie zal naar verwachting in 2026 onder druk blijven staan, als gevolg van aanhoudende investeringsuitgaven in het kader van Vision 2030 en relatief voorzichtige aannames ten aanzien van de inkomsten. Ondanks een hogere olieproductie en veerkrachtige inkomsten uit andere bronnen dan olie zullen de begrotingssaldi waarschijnlijk een tekort blijven vertonen, voornamelijk als gevolg van aanhoudende uitgaven voor infrastructuur en stijgende lopende uitgaven. Hoewel hogere olieprijzen de begrotingsinkomsten zouden kunnen ondersteunen, kunnen verhoogde regionale spanningen ook de volatiliteit op de energiemarkten vergroten en risico’s voor de oliehandelsstromen met zich meebrengen, waardoor de energie-inkomsten van de overheid worden beperkt. De lopende uitgaven blijven hoog, hoewel enige matiging van de kapitaaluitgaven wordt verwacht naarmate grote projecten hun voltooiing naderen.
De externe positie van het Koninkrijk zal in 2026 naar verwachting een gematigd tekort blijven vertonen, als gevolg van dalende olie-inkomsten ten opzichte van het bbp en een sterke importvraag in verband met grootschalige investeringsprojecten. Hoewel de opbrengsten uit de olie-export (ongeveer 70 % van de totale exportopbrengsten) naar verwachting nominaal licht zullen stijgen, zal hun bijdrage aan de totale exportopbrengsten en de economische output naar verwachting verder afnemen. De niet-olie-export zal naar verwachting verder groeien, ondersteund door een uitbreiding van de productiecapaciteit, hogere wederuitvoer en een verbeterde logistieke infrastructuur. Het aandeel daarvan blijft echter onvoldoende om de structurele afname van de dominante positie van de export van koolwaterstoffen te compenseren. Tegelijkertijd zal de invoer waarschijnlijk op een hoog niveau blijven, aangedreven door de aankoop van kapitaalgoederen en een stijgende consumentenvraag in verband met economische diversificatie. De huidige verstoring van de scheepvaart door de Straat van Hormuz kan risico’s met zich meebrengen voor de handelsstromen van olie en petrochemische producten en de transport- en verzekeringskosten doen stijgen, wat de exportopbrengsten mogelijk zou kunnen beperken, ondanks de hogere energieprijzen.
Aanhoudende regionale risico’s en veiligheidsuitdagingen
Het uitbreken van een oorlog waarbij Iran betrokken is, heeft de geopolitieke onzekerheid in de regio aanzienlijk vergroot en verhoogt het risico op een bredere, diepere en langdurigere periode van regionale instabiliteit. De veiligheidssituatie langs de zuidgrens met Jemen blijft kwetsbaar, ondanks recente inspanningen om de situatie te de-escaleren. Hoewel het aantal grensoverschrijdende aanvallen aanzienlijk is afgenomen, kan het risico op nieuwe incidenten niet volledig worden uitgesloten. De toegenomen onveiligheid in de Rode Zee en de omliggende maritieme corridors blijft een potentieel risico vormen, met name in het geval van een hernieuwde regionale escalatie. Het strategische partnerschap van Saoedi-Arabië met westerse landen, met name met de VS, blijft een belangrijke pijler van zijn veiligheidskader. Het huidige regionale conflict onderstreept bovendien het belang van dit partnerschap voor het handhaven van de regionale stabiliteit en het veiligstellen van belangrijke energiehandelsroutes.

China
Zuid-Korea
Japan
Europa
India
Verenigde Staten
Verenigde Arabische Emiraten